koekje erbij??
Dordrecht, 4 januari 2009.
Van de week waren we in Maasland, het westland, en deden bij de bakker wat boodschappen.
Voor ons beider gevoel werd er al naar ons gekeken alsof er nog nooit een rolstoel gepasseerd was. Hoofden werden omgedraaid en Sjoerd werd gescreend van hoofd tot scheve voeten, waarna de mond van de ziener nog net niet openviel. Of het verbijstering over zijn scheve voeten was of om zijn “normale” hoofd weet ik niet.
Na het afrekenen vroeg de bakkersmevrouw aan Sjoerd of hij een koekje wilde. Sjoerd, altijd in voor zoet, beaamde, en een speculaasje wisselde van hand. Daarna liep de mevrouw terug achter de toonbank en kwam terug met een héél pakje koekjes, die zij aan Sjoerd gaf met de mededeling “hier, dan heb je thuis ook nog wat….” Nu was het ónze beurt om verbijsterd te zijn…….maar ik heb de mensen niet gescreend. Hooguit kwam mijn bedank er nét iets te overdreven uit. Er daasde door mijn hoofd “waarom…???” Tien tellen later realiseerde ik mij: o ja, een rolstoel….het maatschappelijke- schattige- zielige– kindje-in-een-rolstoel syndroom. Als Sjoerd naast mij had gestáán was er géén pakje koekjes op zijn schoot beland! En zelfs geen speculaasje in zijn hand! Het meisje, ongeveer even oud als Sjoerd dat met haar vader voor mij boodschappen deed was hier een levend bewijs voor.
Voor alle duidelijkheid, ik waardeer de vriendelijkheid van de bakker, die is gewoon hartverwarmend en lief, maar er kleeft zoveel aan dat vraagtekens oproept.
Thuis vraag ik mij bijvoorbeeld af of Sjoerd aangenomen zou worden als vakkracht waarbij praktische belemmeringen geen rol spelen…Of…. Wordt hij verwezen naar de Wajong??
Dat Sjoerd niet zielig is proberen we hem van kinds af aan bij te brengen. Naar de gewone peuterschool tussen andere buurtpeuters, naar de gewone basisschool totdat bleek dat school niet toegerust was voor Sjoerd, en Sjoerd en de kinderen van de school in zo’n andere leefwereld leefden dat het niet meer te combineren was. School heeft binnen zijn kunnen enorm zijn best gedaan, en Sjoerd heeft enorm zijn best gedaan om “gewoon” te zijn. Maar feit is dat hij nu eenmaal tóch niet helemaal gewoon is, en dat hij ook dat stuk met zich meedraagt.
Koekjes bij de bakker krijgen is leuk, en toen we buiten waren en bekomen waren van de verbijstering zei ik tegen Sjoerd: Joh, als je nou straks bij de kaasboer je handen scheef zwaait, dan krijgen we misschien wel een stuk kaas! En bij de slager een worst, maar daar moet je misschien dan nog wel wat bij kwijlen…….dat staat nog gehandicapter!
Sjoerd kronkelde van het lachen en na een poosje kwam hij met nog een ander plan: Hij zou kwijlen, zijn tong naar buiten laten hangen en zijn handen spastisch laten zwaaien. En als er dan aan míj als zwoegende moeder gevraagd zou worden of “hij een plakje worst wilde” zou Sjoerd als bij toverslag in volzinnen antwoorden: Dat lijkt mij heerlijk mijnheer, mevrouw, u heeft vast een uitstekende kwaliteit, en ik heb net een beetje honger! Dank u wel voor dit gulle aanbod!”
En we zouden dan dolgraag de verborgen camera draaiend hebben om de lach en verbijstering vast te leggen.
Het is echt niet zo dat ik lieve gebaren, géstes in een negatief daglicht wil zien. Het is een uiting van betrokkenheid die mensen willen tonen, mee-levendheid, ook vaak om uiting te geven van het-er toch-niet-echt raad mee weten. Daar is een ander mensenkind met een zichtbare beperking, liefst zouden we willen dat die beperking er niet was, het schokt en confronteert. Het “nare”willen we als mensen graag omvormen tot het “fijne”.
Maar tegelijk met de koekjes, plakjes worst en stukjes kaas worden kinderen en mensen met een beperking tot een ander volk gerekend. Zij zijn “zij” en niet “wij”.
Want als mensen met een beperking óók tot het “wij”volk behoren, dan moeten we een andere bril op als maatschappij. Namelijk de visie dat ieder mens beperkt is, de een alleen zichtbaar en de ander onzichtbaar. Dat beperkingen ERBIJ horen, dat NIETS volmaakt is. Dat ieder mens met een beperking óók zijn kwaliteiten heeft om aan de maatschappij bij te dragen.
De een alleen met wat meer randvoorwaarden dan de ander om te kunnen functioneren.
Wie loopt er niet “gezond”rond met beperkingen in zijn karakter en functioneren, wie heeft er géén sombere buien, obsessies, stresserende karakterbeperkingen, hoofdpijnen, rugpijnen, burn-outs, onwaarschijnlijk vervelende on- collegiale trekken waar we onze buik soms van vol hebben, wie is er géén workaholic, wijnverslaafd, snoepverslaafd, krantverslaafd nieuwsjunk…..
Kortom: ooit een “normaal” mens ontmoet?
Zijn het dan werkelijk die zichtbare beperkingen die mensen als “zij” classificeert?
Zijn zichtbare beperkingen werkelijk zó eng en confronterend? Is er geen enkel besef dat de MENS áchter de beperkingen veel belangrijker is dan de hele beperking met zijn lijst medische noemers………..?
Ik strijd op mijn hele kleine stukje voor een–meer-inclusief-maatschappij. Het is maar een speldenknop in een groot geheel.
Dat betekent in mijn ogen dat ieder mens zijn kwaliteit heeft, die op de juiste manier met de juiste randvoorwaarden kunnen worden ingezet om ons leven zin te geven, in kwaliteit te kunnen leven en wat voor een ander te betekenen. De maatschappij, dat ben ik, en jij, wij samen. En daar horen geen koekjes, stukjes kaas en plakjes worst bij voor een aparte bevolkingsgroep.
Als Sjoerd nu iets doet als puber om zijn handicap te exploiteren roep ik gelijk: “koekje erbij??” En hij weet gelijk waar ik het over heb……..
Met vriendelijke groet,
Corina.
Een verheugend vervolg was er later die dag.




Goed stuk, mooi voorbeeld van positieve discriminatie. Uit eigen ervaring weet ik dat je als rolstoeler soms anders bekeken wordt. Het is inderdaad slecht om koekjes e.d. te geven. Eachte gelijkwaardigheid voor de wet en dus een uitbreding van de Wet Gelijke behandeling Chronische ziekte en Handicap, dat is waar we wat aan hebben.
Met vriendelijke groeten,
Simon de Waal
Plaats een reactie
Om een reactie te plaatsen moet je eerst inloggen. Deelname aan het sociale netwerk Deeljezorg.nl is gratis: meld je nu aan.